Groepsindeling

Groepsindeling

Groepindeling

Op alle dagverblijven hebben we horizontale groepsindelingen. Dat betekent dat de kinderen die ongeveer dezelfde leeftijd hebben, bij elkaar in een groep zitten. De kinderen van 3 maanden tot ongeveer 2 jaar zitten in de babygroep, en daarna stromen ze door naar de peutergroep, waar de leeftijd 2 tot 4 jaar is. Waar mogelijk hebben we gekozen voor vergrote babygroepen, met drie vaste leidsters. Dit biedt als groot voordeel dat je langer open kunt zijn, terwijl de leidsters gedurende de dag bijna niet alleen op de groep staan. Zelfs met de pauzes zijn er twee leidsters aanwezig. Dit vermindert de werkdruk aanzienlijk, zodat de sfeer harmonischer is en de leidsters met meer plezier naar hun werk gaan. Om nu toch die persoonlijke aandacht te kunnen bieden, zitten er in plaats van de gebruikelijke 14, maar 12 kinderen in de groep. Op de peutergroep houden we het gebruikelijke leidster-kind ratio aan. Hier hebben we 13 of 14 kinderen die door 2 leidsters verzorgd worden. De babygroepen bevinden zich altijd op de begane grond, de peutergroepen zijn soms gehuisvest op de eerste verdieping. Bij elk kinderdagverblijf hoort een grote tuin waar de kinderen alle ruimte en speelmogelijkheden hebben. In de tuin hebben we ook diertjes (konijntjes of kippen) en een moestuintje. Maar we gaan ook regelmatig met de kinderen naar het Leidse Hout of de nabijgelegen geitjes.

Bij de dagverblijven die ook over een BSO beschikken, hebben we peuter+. Een paar ochtenden per week doen de oudste peuters met een BSO leidster aan voorschoolse activiteiten. Knutselwerkjes die net wat meer uitdaging vragen, spelletjes of cognitieve activiteiten als wat hoort waar, kleuren en tellen. Zo krijgen de oudste peuters meer uitdaging aangeboden, en raken ze alvast bekend met de BSO-leidsters en -ruimte als ze later doorstromen naar de BSO.

Op de BSO's hebben we plek voor 30-40 kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar oud. Op deze groep kinderen werken drie pedagogisch medewerkers. De kinderen worden eerst met de bakfiets of lopend uit school gehaald. Op de groep staat sap en fruit klaar en een koekje. Na even tot rust te zijn gekomen, beginnen de activiteiten. Elke BSO-medewerker heeft een activiteit voorbereid in een van de ruimtes. En de kinderen mogen kiezen waar ze aan mee willen doen. Maar als ze lekker op de bank een boekje willen lezen is dat natuurlijk ook prima. Hoewel de ervaring leert, dat de kinderen maar al te graag mee doen met de leuke activiteiten die er georganiseerd worden. Zo is er een atelier, een dans-toneelzaal (compleet met spiegelmuur en podium!) en een kinderkookcafé. Maar in de grote groepsruimte zijn ook veel kleine, gezellige hoekjes waar de kinderen samen kunnen spelen. Zo is er een keukentje, een bouwhoek, een poppenhoek en een lounche/leeshoek. In de tuin is er voor de BSO een eigen speelgedeelte gecreëerd, met uitdagender speelmateriaal, zoals een grote glijbaan. Maar we gaan ook vaak meteen uit school naar de speeltuin, of in de vakanties naar musea of het strand. 

Flowerkids is bezig met het opzetten van een sporttak op de BSO's, speciaal voor de oudere kinderen. Onder begeleiding van een sportleraar maken ze kennis met de verschillende sporten en zijn lekker de hele middag actief bezig. 's Zomers op het sportveld, 's winters gecombineerd met de sporthal.

Personeel

Elke groep heeft zijn eigen vaste leidsters, die een vertrouwd gezicht zijn voor de kinderen. Als de vaste groepsleidsters afwezig zijn, zullen we zoveel mogelijk vervanging proberen te zoeken vanuit onze vaste invalpoule. Dit zijn vaste leidsters die graag extra willen werken, of invallers die op 0-urenbasis aan ons verbonden zijn. Een anders mogelijkheid is dat we een laatstejaars stagiaire inzetten, of bijvoorbeeld een afgestudeerde stagiaire die in de zomervakantie op haar oude groep de vaste leiding vervangt.

Bij onze dagverblijven zijn altijd minimaal 2 beroepskrachten samen op het kinderdagverblijf. Bij de Waterlelie, die maar 1 groep heeft, komt het op rustige momenten wel eens voor dat er maar 1 beroepskracht aanwezig is. Zij wordt dan ondersteund door stagiaires en er zijn altijd volwassenen telefonisch bereikbaar die binnen 15 minuten in het kindercentrum aanwezig kunnen zijn.

Het dagverblijf heeft op elke groep een stagiaire. Wij begeleiden hem of haar de geleerde theorie in de praktijk te brengen, en hebben tegelijkertijd een helpende hand om de kinderen meer aandacht te kunnen geven. De meeste stagiaires blijven een half jaar op dezelfde groep. Zij lopen een paar dagen per week stage, en gaan de andere dagen naar school. De stagiaire heeft geen eindverantwoordelijkheid, en zal altijd begeleid worden door een van de leidsters. Ook de leidsters zelf worden begeleid. Een keer per maand, vergadert elke groep over hoe het de afgelopen maand gegaan is. Zo worden bijvoorbeeld nieuwe kindjes besproken, maar ook de onderlinge samenwerking of welke knutselactiviteiten ondernomen gaan worden. Elke zes weken vindt er een vergadering plaats met alle leidsters van het dagverblijf. Hierin worden praktische zaken aan de orde gesteld, als de dagen van de vuilophaaldienst, maar ook kan het thema ‘straffen en belonen’ naar voren komen, of een artikel over kwaliteitsverbetering. Door middel van prikkelende discussies toetst ieder zijn zienswijze en proberen we ons verder te ontwikkelen. De vergaderingen worden geleid door de adjunct van het dagverblijf. Tevens heeft elke leidster elk half jaar een functioneringsgesprek met de adjunct. Hierin wordt nagedacht over het eigen functioneren en komen de persoonlijke leerdoelen aan de orde. De adjunct van elk dagverblijf, werkt naast haar kantoortaken ook gedeeltelijk op de groep. Zo staat ze dicht bij zowel de groepsleidsters als de ouders en is ze op een directe manier van alle zaken op de hoogte.

Hoewel we een sterke voorkeur hebben voor medewerkers die reeds een diploma op zak hebben, werkt er heel af en toe een BBL-stagiaire op een van de vestigingen. Dit is iemand die leert en werkt tegelijkertijd. Een BBL-stagiaire kan een toevoeging zijn als ze een hele goede stage loopt, en er aan het eind van haar studie een vacature vrijkomt op de groep waar ze stage loopt. Dan is ze nog niet volledig gediplomeerd, maar wel op dat moment de beste persoon voor de continuiteit. Haar studie rond ze dan af, terwijl ze al (gedeeltelijk) op de groep inzetbaar is. We hebben een speciaal 'BBL-beleid', waarin onder andere te vinden is wat haar inzetbaarheid op de groep mag zijn (bijvoorbeeld het eerste half jaar volledig boventallig, en daarna oplopend voltallig, afhankelijk van haar vooruitgang).

Intakegesprek

Op Flowerkids wordt het intakegesprek normaal gesproken gevoerd met een van de leidsters van de groep waarop het kindje komt. Zo leren de ouders de groep en leidsters al een beetje kennen. De leidster vertelt bijzonderheden over de groep, zoals de dagindeling en activiteiten. Daarnaast houdt d eleidtser op het intakeformulier bijzonderheden over het kind bij. Hoe het slaapt, wanneer het drinkt, wat het leuk vindt en of er speciale rituelen zijn. Dit formulier wordt in een map bewaard en door alle andere leidsters gelezen en als naslagwerk gebruikt. Aan het eind van het intakegesprek worden wenafspraken gemaakt.

Het wennen

De wenperiode biedt niet alleen het kind, maar ook de ouder de gelegenheid om het dagverblijf te leren kennen. Verwachtingen kunnen naar elkaar duidelijk gemaakt worden en de ouders kunnen vertrouwen krijgen in de leidsters. Geleidelijk aan leren kind en ouder steeds langer van elkaar gescheiden te zijn. De eerste wendag duurt gemiddeld 3 uur, de tweede 5 uur en de derde 7 uur. De vierde dag is de eerste echte dag op de opvang. Ook als het kind van de babygroep doorstroomt naar de peutergroep gaat het geleidelijk aan. De leidsters van de babygroep doen een overdracht naar de peutergroep, en de peutergroep nodigt de ouders uit voor een kennismakingsgesprek. In de weken voorafgaand aan de overgang gaat het kind al af en toe spelen op zijn nieuwe groep. Steeds iets langer, net als bij het wennen als het voor het eerst op het dagverblijf komt. Zo verloopt de uiteindelijke doorstroming op een voor het kind natuurlijke manier.

Ruilen en extra dagen

Kinderen kunnen hun vakantie- en ziektedagen inhalen. Hierbij geldt dat er maximaal 2 dagen van een langere periode ingehaald mogen worden, en dat dit binnen 2 weken voor of na de vakantie dient te gebeuren. Dit om alle ouders de kans te geven wat dagen in te halen. U kunt alleen ruilen als er plek op de eigen groep vrij is (hierbij gaan extra aangevraagde dagen voor ruildagen).

Het 4-ogenbeleid

Vanaf 1 juli 2013 is het voor elk dagverblijf verplicht om te voldoen aan het 4-ogenbeleid. Dit betekent dat er altijd 2 paar ogen op het kind gericht zijn.

Elke leid(st)er staat ook wel eens alleen op de groep, bijvoorbeeld tijdens de pauzes of met het openen en sluiten. Dit valt binnen de 3-uurs grens van de Wet Kinderopvang. Welke betekent dat een leid(st)er niet langer dan 3 uur alleen op de groep mag staan als er meer kinderen op de groep aanwezig zijn (slapend of wakker) dan zij zelf voor mag zorgen. Dit houden we in de gaten door te werken met turflijsten, waarop we zien hoeveel kinderen er op elk moment van de dag op het dagevrblijf zijn. De diensttijden van de leid(st)ers worden aangepast naar het aantal aanwezige kinderen.

Met de komst van het 4-ogenbeleid heeft elk dagverblijf een aantal maatregelen getroffen, die gericht zijn op meer onderling toezicht.

  • Zo openen en sluiten de 2 babygroepen en 2 peutergroepen samen, zodat op de momenten dat er nog maar 1 leidster van een groep aan het werk is, ze toch met z’n tweeën staan.
  • Verder maken we elk schooljaar gebruik van stagiaires. Zij zorgen voor extra ondersteuning van de vaste leid(st)ers en een extra paar ogen. Daarnaast is het fijn dat goede stagiaires een vaste baan aangeboden kan worden mocht er een vacature vrijkomen. ’t Klaproosje werkt niet met vrijwilligers.
  • Ook heeft ’t Klaproosje veel glas tussen de groepen, zodat open verbindingen ontstaan tussen de verschillende groepsruimtes en toiletruimtes.
  • Daarnaast hangt er op elke groep een camera, die samen uitkomen op het kantoor. Zo kijkt er altijd iemand mee met wat er op de groepen gebeurt.
  • Ook zorgen de leidinggevenden voor een open cultuur. Ze staan zelf ook nog regelmatig op de groep en maken daardoor goed mee wat er op de diverse groepen gebeurt en hoe de sfeer is. De leid(st)ers zijn gewend om feedback te krijgen en te geven. Elk half jaar heeft elk teamlid een functioneringsgesprek, en elke maand zijn er groepsoverleggen en teamoverleggen. Zo wordt gezorgd voor een open communicatie, waarin alles gezegd kan en mag worden.

Risico-inventarisatie Veiligheid en Gezondheid

Elk dagverblijf maakt jaarlijks een risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid. In de RI-gezondheid staat bijvoorbeeld wanneer en hoe de handen worden gewassen, hoe vaak de verkleedkleren worden gewassen, maar ook wat een goede temperatuur is voor de slaapkamers en groepsruimtes. In de RI-veiligheid wordt beschreven wat er kapot is gegaan het afgelopen jaar en wanneer het vervangen of gemaakt is, maar ook wat de risico's op een groep zijn en hoe je die verkleint (bijvoorbeeld altijd een scheutje koud water bij de thee doen en hoog wegzetten). De risico-inventarisaties liggen ter inzage op het kantoor en worden regelmatig doorgelopen met het personeel.